Enuma elisj is het Babylonische Scheppingsepos, 
door mij vertaald uit het spijkerschrift. 
Enuma elisj is een tekst uit ca. 800 v.C. die op de 
vierde dag van het Babylonische nieuwjaarsfeest gereciteerd werd. 
Het is het verhaal van het ontstaan van de oergoden, van de strijd 
van de jonge god Marduk tegen oermoeder Tiamat en hoe hij uit haar 
lijk hemel en aarde maakt. Marduk wordt door de rest van de goden 
tot hoofdgod uitgeroepen en creëert mensen als dienaren. 
Elementen uit Enuma elisj zijn verwant aan Bijbelse en andere 
Semitische verhalen en leven voort in de Griekse mythologie en 
christelijke legenden als Michael of Sint Joris en de draak.
Uitgeverij Ankh-Hermes, ISBN 90 202 1962 6.

Het voorwoord:

Dit is de eerste vertaling van Enuma elisj die in het Nederlands wordt uitgegeven.
Griekse, Romeinse, Egyptische en Hebreeuwse teksten zijn en worden altijd massaal 
vertaald, maar teksten uit het oude Mesopotamië slechts mondjesmaat. 
Op een of andere manier spreken piramides, marmeren tempels en bijbelse geschiedenis 
meer tot de verbeelding dan kleitabletjes met spijkerschrift. Terwijl de musea 
toch uitpuilen van deze documentjes zijn er maar weinigen die de moeite nemen ze  
te willen lezen, wat jammer is want zo blijven culturen die alleszins de moeite 
waard zijn onderbelicht. Daarom ben ik erg blij dat Ankh-Hermes dit boek uit wilde geven.
Ik heb ervoor gekozen zo dicht mogelijk bij de tekst te blijven, daarom kan de vertaling 
soms stijf of plechtig overkomen. Dat hoort zo, Enuma elisj was een liturgische tekst, 
geen volkstoneel. Een vertaling naar hedendaags Nederlands vind ik ook niet passend omdat 
het om een drieduizend jaar oud verhaal gaat. Die afstand moet voelbaar blijven. 
Brieven die mensen van zo lang geleden elkaar schreven, zijn vaak heel ontroerend. 
Wat verdriet, angst en vreugde betreft, blijken ze soms zo dicht bij te staan dat ik 
het gevoel heb een bericht van een zuster of een vriend te lezen. Het verschil is dan 
dat ze bedreigd werden door leeuwen in plaats van door auto’s, dat hun woordkeus een 
beetje vreemd is, maar verder lijken persoonlijke teksten soms gisteren geschreven. 
Toch is het goed om te bedenken dat dit mensen zijn die in tijd, tradities en 
levensbeschouwing op gigantische afstand van ons staan, en dat er heel veel aan hen 
is wat wij nooit zullen begrijpen. Archeologen mogen nog zoveel moois blootleggen, 
vertalingen kunnen inzicht geven, het blijven altijd visies op, of reconstructies 
van een verre, in wezen altijd vreemd blijvende cultuur. Het fascinerende is dat zo’n 
cultuur weliswaar volstrekt ten onder is gegaan, de mensen zijn verdwenen, de bouwwerken 
in puin, maar dat sommige gebruiken en delen van verhalen zijn blijven leven, en zich 
door de eeuwen en alle veranderingen heen tot in onze tijd gehandhaafd hebben, vaak 
onherkenbaar vermomd, soms als iets zo alledaags dat vrijwel niemand zich ervan bewust 
is dat het om een duizenden jaren oude erfenis gaat. Uitvindingen die gedaan zijn door 
anonieme genieën millennia geleden, worden door ons gedachteloos gebruikt, we dichten 
eigenschappen toe aan onze enige ware God die identiek zijn aan die van zijn heidense 
voorgangers, en we willen het weekend vrij omdat de week zeven dagen heeft, dankzij 
onbekenden uit een grijs verleden. 
Zo is Enuma elisj aan de ene kant een verhaal over wonderlijke oude goden, maar gunt 
het epos anderzijds een blik op een paar diepe wortels van onze eigen wereld. 
Daarom heb ik de tekst hier en daar onderbroken met een uitweiding over thema’s 
die nu nog actueel zijn. Wie het gedicht achter elkaar wil lezen, volgt de cursieve 
tekst met de tabletnummers en slaat de rest over.