Column Trouw 12 oktober 2000

  
Het Tropenmuseum, waar ik toevallig naast woon en dus wel eens in rond 
dwaal, bezit de prachtigste verzamelingen maskers. Grote kunst is het, al 
zijn ze vaak niet met die bedoeling gemaakt. Er zijn serene gezichten bij, 
waar je bijna een beetje gelukkig van wordt als je er langer naar kijkt, zo 
glad en stil, zo’n totaal andere wereld. Andere zijn bizar of vreeswekkend. 
De meeste maskers stellen goddelijke krachten voor, en degene die zoiets 
op zijn hoofd zet, verdwijnt zelf als persoon, om de godheid in zich te laten 
varen. Zoals de oude Grieken ook maskers droegen op het toneel. 
Sommige machten zijn te groot om door een gewoon mensengezicht uit te 
laten beelden. Ons woord 'persoon' komt oorspronkelijk van zo’n 
toneelmasker, van de rol die een acteur speelt. Terwijl het voor ons juist de 
betekenis heeft gekregen van individu, iets onvervreemdbaar eigens. 
Persoonlijkheid, personality, dat wil je wezen, geen personage.
De maskers die tegenwoordig gedragen worden willen elke persoonlijkheid 
uitroeien, maar niet met een hoger doel. De vermomming van terroristen, 
zoals ze ons gisteren vanaf de voorpagina door hun kijkgaatjes 
aanstaarden, heeft als doel scheiding aan te brengen, twee bange groepen 
te creëren. Als mannen nu maskers opzetten hebben ze honderd procent 
kwaad in de zin. Als ze anderen maskers opzetten ook. Het mombakkes is 
naast het geweer, die penisverlenger, hèt symbool van de heerszucht 
waarmee ze alles onder hun hanigheid willen vertrappen, als ze de kans 
krijgen. 
Dragen ze zelf een masker dan betekent het: ik hoor tot een anonieme 
grootmacht, val dood, ik doe wat ik wil. 
Zetten ze vrouwen achter de lappen dan betekent het: jij bestaat niet. Of: je 
bent volstrekt onbelangrijk. Je mag geen mond hebben, geen ogen om zelf 
te zien of om contact mee te maken. Je bent mijn eigendom, en als ik het 
wil een inwisselbaar ding.
Gelukkig zie je ze hier zelden, de complete chadors, al slentert er wel eens 
eentje over de markt, hier om de hoek. Dan moet ik wegkijken, omdat een 
mengeling van verdriet en boosheid opwelt, plus de gedachte om zo'n 
deken af te trekken en te roepen: "stom mens, je bent in Nederland hoor, 
hier mag je kijken en praten". Zeker als ze helemaal in het zwart is, en er 
zo'n mannetjespauw naast haar paradeert, geheel in de helderwitte lappen 
gekleed. Met baard natuurlijk. Al groeien baarden van nature aan het 
mannenhoofd, veel gezichtsbeharing wekt toch een louche indruk. Een 
topfunctie bereik je niet met een baard. Niet alleen omdat we gewend zijn 
geraakt aan cleanshaven frisheid, maar de ware ridder vecht met geopend 
vizier. En wie een baard draagt, verbergt iets, namelijk driekwart van zijn 
gezicht.
Wie zich verbergt achter een vermomming roept angst, afkeer en agressie 
op bij niet gemaskerden, omdat het eerlijk contact onmogelijk maakt. En 
dat is precies de bedoeling van de vermommers. Fnuiken, knevelen. Jij 
mag mij niet kennen, want ik wil ongestraft mijn gang gaan. Of: ik wil jou 
niet kennen, ik ga je ontkennen.
Zelf zijn ze te laf om hun gezicht te tonen, èn om alleen, zelfstandig te 
opereren. Nooit dragen ze maskers in hun eentje, of het moet de bivakmuts 
zijn waarmee de verdwaalde solist een benzinepomp overvalt. Angsthazen 
die zich verschuilen in een groep die een groot anoniem beest wordt.
Ze zijn walgelijk, die gemaskerde Palestijnen. Hoezeer ik ook vind - al sinds 
1967 - dat ze groot gelijk hebben. Ze zijn gruwelijker dan de hijgerige 
vandalen - hun Allah akbar rochelt als braaksel uit hun kelen - die vernielen 
en stenen gooien. Veel gruwelijker dan de ouders die hun kinderen 
aanzetten om stenen te gooien. Die doen het tenminste met geopend 
vizier, dat zijn echte mensen.