Column Trouw 14 december 2000
In het nieuws twee voorbeelden van hoe een multiculturele samenleving
gestalte wil krijgen. En hoe grappig daarbij de billetjes bloot gaan.
"Een modern tintje voor een oude traditie", noemt criminoloog Yücsel
Yesilgöz van het Pompe-instituut het subsidieverzoek van Koerden uit
Zevenaar om bloedwraak af te kopen. Alsof je een boerenkiel roze verft en
er de blitz mee maakt in de disco. Eén van die kneuterige uitwasjes
waarmee de Nederlandse samenleving dankzij extraculturele inbreng
verrijkt zou worden. Terwijl het een schrikbarende sprong terug is.
Geschiedenisonderwijs wordt steeds gebrekkiger en minder populair,
daarom zullen weinigen weten dat bloedwraak in de middeleeuwen de hele
Westeuropese politiek beheerste. ‘Familietrots en wraakzucht, en
hartstochtelijke trouw der volgers zijn hier de volkomen primaire roerselen’,
schetst Huizinga in zijn Herfsttij der Middeleeuwen, en beschrijft hoe aan de
meeste jarenlange oorlogen, juist volgens contemporaine bronnen
nauwelijks andere motieven ten grondslag lagen dan het vereffenen van de
moord op de één of andere hoge pief. Waarop het horige volk als
voetbalsupporters avant la lettre elkaar ook maar afslachtte. Onder invloed
van christendom - er werd wel eens een priester gesignaleerd bij een
begrafenis, die riep dat bloedwraak onchristelijk is - en humanisme,
veranderde deze wilde eigenrichting langzaam in wat wij nog steeds hopen
de onafhankelijke rechterlijke macht te zijn.
Laten we deze uit Turkije geďmporteerde achterlijkheid even bekijken. Het
afkopen van bloedwraak kan inderdaad tot de primitieve rituelen behoren.
‘Weergeld’ of ‘zoen’ heette dat vroeger bij ons. Maar het afstaan van geld
moet de familie dan wel wat kosten, ze moet als het ware bloeden, en met
zo’n subsidie krijgt ze het voor niets, en kan het dus niets betekenen.
Alhoewel een ton toch een koopje is voor het vermijden van nog meer
moorden. Het jarenlang opsluiten van de moordenaars kost immers veel
meer? Een reden om dat geld evenwel nooit te geven is dat dergelijke
families elkaar dan wellicht geheel uit zullen moorden. Zodat zulke mores
mooi uitsterven, zoals dat hoort in een ontwikkelde samenleving.
Het tweede voorbeeld van middeleeuws denken speelt vandaag in het kort
geding dat de pastoor van Millingen aanspant tegen een ziekenhuis-
predikante, samen met de familie van een overleden patiënt van het
Radboudziekenhuis. De dominee had de man in zijn laatste uurtje
bijgestaan met iets wat op het sacrament der stervenden leek.
Wonderlijk dat de nabestaanden in deze rechtszaak partij zijn, want aan het
lot van de overledene kan niets meer veranderd worden. De familie heeft
bovendien haar geloofwaardigheid verloren door mevrouw de dominee
zonder protest haar gang te laten gaan aan het sterfbed. Een beetje
Rooms-katholiek weet toch dat een vrouw met haar takken van de
sacramenten af moet blijven? Behalve in noodgevallen, als een kind direct
bij de geboorte ongedoopt dreigt te overlijden, dan mogen zelfs heidenen
een nooddoop toedienen, opdat het onzondige zieltje hopla de hemel
inspringt, in plaats van te moeten wijlen in een somber voorportaal, terwijl
het lijkje in ongewijde aarde, zonder steentje ter herinnering, vergaat. Maar
een nood-oliesel bestaat niet. Het spoedeisende karakter dat een kort
geding draagt, zal wel liggen in een verbod om nog meer stervenden een
namaak-oliesel te geven. Van de bijbehorende biecht namelijk, die alleen
door priesters rechtstreeks naar God doorgesluisd kan worden, hangt af of
hun zielen naar de hemel, de hel of het vagevuur gaan. Middeleeuwse
fantasietjes die erkenning zoeken van hedendaagse overheid of rechter.
Hopelijk komt de rechtbank vandaag niet meer bij van het lachen. Of zal zij
voor de vorm deze formalistische flauwiteiten verwijzen naar de
achterkamertjes van de private gektes en sektes, waar ze thuishoren.