Column Trouw 14 september 2000
Jarenlang was ik de enige in mijn kennissenkring die iets met computers deed, en
werd er geïrriteerd gereageerd als ik over internet begon: heb je haar weer met ‘r
fratsen. Maar het feit dat Trouw nu zo’n mooie website heeft, is wel het gevolg van
mijn gezeur. Ik schreef eens hoe lastig het was om in het buitenland op de hoogte
te blijven van Trouw-nieuws. Dat je op internet wèl mooie websites van andere
Nederlandse kranten kon raadplegen, maar dat onze eigen krant slechts
onbereikbaar van papier was. Daarop bood een whizkid zich in een open
sollicitatie aan, en ziedaar. Het is nu ondenkbaar dat www.trouw.nl niet bestaan
zou. En gelukkig was de redactie nog op tijd met het registreren van de
domeinnaam. Het registreren van andermans namen, in de hoop die later voor een
kapitaal aan de eigenlijke eigenaar te slijten, heeft een paar luitjes bizar veel geld
opgeleverd. In m’n voorlijkheid heb ik dus toch iets goed fout gedaan: altijd alleen
maar een beetje gespeeld en leuk internationaal gecommuniceerd maar niet
ingezien dat je met een paar drukjes op knopjes ook waanzinnig rijk kon worden.
Kon. Want hier en daar beginnen rechters er stokjes voor te steken. Toch is een
voormalige Amsterdamse dakloze zojuist in het gelijk gesteld. De Engelse
bedenkers van de tv-popjes Teletubbies bestreden zijn claim op het bezit van het
woord Teletubbies. Daar is hij nu toch de trotse eigenaar van. Twee jaar geleden
had hij dat woord laten registreren. Waarom? Daarom. En wat dat eigenaarschap
inhoudt? Geen idee, maar het was nieuws in de raaaazend populaire categorie
‘hoe word ik rijk terwijl ik niks anders kan dan jatten of m’n domme harses
showen’. Een booming business. Die ik probeer te begrijpen. Maar ik begrijp
voornamelijk dat ik er niet bij kan, weerhouden door een hoop inwendig antiek, een
drijfzand aan oude normen en moraal dat sarrend aan me blijft zuigen. ‘Dom’,
borrelt het steeds vaker in me op, en ‘slecht, leeg, oppervlakkig, barbaars’. Het
meeste van internet en complete tv-zenders laat ik tegenwoordig links liggen, en
ook de betere netten vervelen steeds vaker. Je ziet er prominenten die voldoende
geld te besteden hebben aan kleertjes en haartjes - allemaal naar dezelfde
modewinkels gaan - maar waaróm zij nou zo speciaal zijn dat ze programma’s
mogen presenteren, terwijl hun complete publiek er identiek uitziet, dat ontgaat mij
geheel. Het babbelt en het kwekt, maar het slaat nergens op. Of wel misschien?
Mis ik soms de essentie? Ik ben geneigd aan mezelf te twijfelen. Dit is dus het
echte oud worden, dat je niet meer begrijpt waar de jeugd mee bezig is, dat er
mokkend oudemensenoordelen uit je mond rollen. Een talent laten rijpen, oefenen,
ervaren worden, waarom zouden ze nog, als aandacht en bakken geld klaar liggen
voor jatwerk, geschreeuw op de beurs, een wisecrack of een opgedirkt smoeltje?
Ontplooien, ook al zo’n ouderwets woord. Ben je gek? Hier, nu, je kop op tv,
kennie schelen met wat of waarom, als het maar zakken vult. Vandaag begint dus
weer zo’n openbare marathonzitting in Almere, van begerige niksnutten, door
massa’s beloerd. Dierentuintje kijken. Want mensen zitten daar toch niet? Het
woord mens betekent immers ‘denkvermogen, geest’, en geest kan ik aan het
beestenspul niet ontwaren. Oei, misschien zie ik dat verkeerd, ben ik niet meer van
deze tijd, en wist ik dat alleen zelf nog niet. Nu me dat daagt, als achterblijver,
voorbijgeschoten door de zieners, zal ik proberen niet meer zo negatief over ze te
zijn. Beter iets cultiveren van: ‘t is een wonder, boven wonder, ik stond erbij en ik
keek er naar.