Column Trouw 21 december 2000

  

Stel u bent handig met digitale schaar en lijm en tevens uitgever, dan 
brengt u binnenkort de leukste boekjes op de markt samengesteld uit het 
leukste werk van Nederlandse schrijvers. Even een abonnement op een 
databank, en laden en knoeien maar. Geen last meer van hinderlijke 
auteursrechten. Dit is te danken aan het heilzame pionierswerk van Jan 
Greven, oud-hoofdredacteur van deze krant, in zijn huidige directiefunctie 
bij PCM, uitgever van o.a Trouw en tal van kranten, boeken en tijdschriften. 
Vroeger bewaakte Greven de inhoud van deze krant, nu hij zich verkocht 
heeft aan deze giga-uitgever blijkt geld zijn hoogste goed: in april 1999 gaf 
Greven in een interview in ‘de Uitgever’ aan te streven naar opheffing van 
de scheiding tussen redactie en commercie - vanouds dè schrik van 
onafhankelijke journalisten - wat hem aardig lijkt te lukken. 
De mogelijkheden die u als lezer deze week geboden worden via de mooie 
nieuwe Trouw-site is er het publieke begin van. Maar er groeide al langer 
een monster achter, een veelvraat die rijkelui in rijke holdings nog rijker 
moet maken door diefstal en hypermodern bedrog, ook van u, want gratis 
bestaat niet. U moet geld in het laatje gaan brengen.
Een voorbeeld: u hebt toegang tot ‘vrijwel alle boekrecensies’. Dat ‘vrijwel’ 
betekent dat op boeknet van sommige recensenten nu al slechts de 
positieve recensies staan. PCM heeft als uitgever van boeken namelijk 
geen belang bij negatief commentaar. U moet die boeken kopen. Via de 
site. Er is alle reden voor redacties te vechten om redactie en commercie 
gescheiden te houden. Het gevaar is reëel dat zij een positieve 
berichtenmachine moeten worden. Dat Greven zelf voor de Mammon viel, 
alla, hij zal daarboven dat oog van de naald wel groot genoeg weten te 
praten, maar dat hij in dienst van het grootkapitaal de journalistieke vrijheid 
aan het uitverkopen is, en ook redactieleden dwingt hun freelance-collega’s 
te forceren hun auteursrechten af te staan is pervers. Via machtsmisbruik 
(‘voor jou tien anderen’) worden beginnende freelancers gedwongen te 
tekenen om voor twee procent van hun bruto honorarium PCM tot 70 jaar 
na hun dood zijn ongecontroleerde gang te laten gaan met hun werk. 
Ouderen, die dat niet deden, worden uitgemaakt voor rebellen en 
querulanten. Ik heb collega’s met jarenlange staat van dienst die geen 
nieuwe opdrachten meer krijgen als ze niet alsnog tekenen.
Freelancers behoren tot de smaakmakers van de kranten, zij bepalen vaak 
het gezicht (letterlijk soms: zie foto) maar moeten rechtszaken voeren om 
hun auteursrecht te verdedigen tegen de Grevens. Rechtszaken die 
overigens successievelijk gewonnen worden. Maar alleen voor de heel 
grote namen willen uitgevers dan wel dokken. Mindere schrijvers 
verdwijnen uit de kranten, of moeten toelaten hoe hun werk geprostitueerd 
wordt.
Dat zinnetje hieronder in het colofon: ‘eventuele auteursrechten blijven 
berusten bij de schrijver’, is een wassen neus. Daarboven staat namelijk 
‘inzending geeft de redactie het recht een bijdrage ook via internet, 
databank of anderszins openbaar te maken’. Dat ‘anderszins’ betekent: 
PCM verkoopt alle teksten door aan wie er naar willekeur mee wil 
knutselen, zoals delen eruit te gelde maken zonder de bron te noemen, 
teksten verdraaien of in een ongewenste context plaatsen, zonder dat de 
auteur daar enige inbreng in heeft.
Zoekt u mijn columns op de nieuwe website, dan leest u: ‘De uitgever heeft 
geen publicatierecht’. Wonderlijk: ik gaf namelijk wel toestemming om alle 
columns op de site te zetten. Ik wil ze alleen niet aan dat snel groeiende 
handelscircuit van snelle jongens doneren. Mijn stukjes zijn gewoon gratis 
te lezen op mijn eigen, zonder code toegankelijke website: 
http://go.to/selmaschepel. Het auteursrecht berust glashelder geheel bij mij.