Column Trouw 24 augustus 2000

  

Als de branding golven de meningen over pedofilie af en aan, rollen de voors en tegens 
over elkaar heen. Soms is het een jaar stil rond dit thema, maar zodra er een kind 
verdwijnt begint het weer. Of als een dominee meent een knuppel in het hoenderhok te 
moeten gooien. Gelukkig was het deze keer de wat serieuzere dominee Visser die de 
discussie weer eens aanzwengelde, en houdt dominee van Drimmelen, die vorig jaar 
ontmaskerd werd als een fantast zich nu gedeisd. Hulpverleners die het grote publiek om 
begrip vragen voor hun pedofiele clienten, werkt tegen dat deze klanten met geen mogelijk 
sympathiek te krijgen zijn. Al zijn ze zelf slachtoffers van een verknipte opvoeding, al 
hebben ze hun eigen verkeerd gerichte libido niet geschapen, ze worden nooit van die 
slachtoffers waar een meerderheid zich mee kan of wil identificeren. En identificatie is 
nodig willen we zo iemand aardig vinden, en een beetje meegaan, mee denken in de 
hulpverlening. We houden veel van van slachtoffers die lijden, die passief of weerloos zijn, 
daar voeren we hartstochtelijke mooie campagnes voor met veel baten, maar een 
slachtoffer dat via zijn leed juist actief wordt en dan zelf mogelijk slachtoffers maakt van 
de wel sympathieke soort, dat wordt nooit wat. Bovendien, als er seks aan te pas komt 
kunnen we ons al helemaal niet meer inleven in eventuele zieligheid van een actieve 
partij. Dominee en psychiater voeren maatschappelijk gezien dus nutteloze acties voor hun 
tragische pedofielen. Houd er maar mee op, jongens. Niet met de hulpverlening maar met 
de openbare verdediging. Verder is het ook wel verdacht dat de enige advocaten voor 
begrip voor pedofielen zelf oudere mannen zijn. Een vrouw kan van nature minder begrip 
opbrengen voor eventuele seksuele prikkels die van een kind uit gaan. Dat heeft niets met 
morele verhevenheid te maken maar eenvoudig met het feit dat het wijfje in 't algemeen 
slechts seksueel bereid raakt van iemand die groter, ouder, sterker is, terwijl het mannetje 
zo is geprogrammeerd dat hij opgewonden wordt van wezens die jonger, malser en kleiner 
zijn. En waar de ondergrens van die jeugdigheid dan ligt is cultureel bepaald. Op een 
korte poging van mannen het taboe op pedofilie op te heffen na, zo'n twintig jaar geleden, 
is op kinderen gerichte seksualiteit sinds de Griekse oudheid nooit meer beschaafd 
geweest. Of je moet kinderhuwelijken tot beschaving rekenen, zoals Mohammed op 
middelbare leeftijd met de zesjarige Aisja trouwde, welk huwelijk op haar negende werd 
geconsumeerd. Maar voor dat soort patriarchale praktijken is onze maatschappij te 
vrouwelijk geworden, en vrouwen zijn te mondig, en dus ook uit op hun eigen plezier, en 
dat is niet: zonder het zelf te willen seksobject te zijn. En zeker niet hun kinderen voor 
zulks te lenen. Er kunnen nog zoveel ingezonden brieven en artikelen geplaatst gaan 
worden, van voor- en tegenstanders van pedofilie - mild, bezonken of scherp en 
verontwaardigd - het haalt weinig uit, de kampen blijven toch verdeeld in een 
onoverbrugbare, zwartwitte belangenstrijd. Pedofielen raken hun neigingen niet kwijt, en 
het is niet reeel  ze op te roepen de openbare discussie aan te gaan. Alleen een geharde 
provocateur zou zoiets kunnen, voor de rest zou dat publieke kruisiging betekenen, is wel 
bewezen. Een enkele dominee, psychiater of wetenschapper wil dan wel medelijden met ze 
hebben, of zich serieus in hen verdiepen, maar het grote publiek - ouders, grootouders - 
haat ze, en blijft ze hartgrondig haten. En elke keer als er een kind verkracht wordt begint 
die zinloze meningenkermis van voors en tegens weer opnieuw. Nu maar hopen dat het 
heel lang duurt voor er weer een kind gemolesteerd wordt.