Column Trouw 28 september 2000

  
Antisemieten hebben tegenhangers die echt stomvervelend zijn: de 
jodofielen. Lui die kruipen en juichen en fantaseren over alles wat maar 
Joods is. Van die club mocht zaterdag een vertegenwoordiger wat pagina's 
Letter en Geest vullen, en maandag ging er nog een interviewtje overheen. 
De grootste onzin kwam in de kop: 'Het geweten is een Joodse uitvinding'. 
Wijlen de hooggeleerde Adolf H. te Nazi-D. vond dat ook al, dus is het zo. 
Geen lezer klom in de pen om die kul uit de mond van deze Gunnar 
Heinsohn te becommentariëren. Nou ja, dat is ook moeilijk hè? Het gaat 
over lang geleden, daar schiet de kennis vaak tekort. Zeker in een cultuur 
die haar jaartelling laat beginnen bij de geboorte van een mythologische 
figuur, om precies te zijn een halfgod die door de hoofdgod naar de aarde 
gezonden werd om de mensheid te redden. Dan moet het voor die tijd wel 
een puinhoop geweest zijn! Gelukkig waren er net Joden en Grieken in de 
buurt. Mede om de Westerse beschaving van pijlers te gaan voorzien. Vier 
pijlers heeft de Westerse beschaving! Zo’n bondige formule doet het altijd 
goed. Kort, krachtig en in de krant, dus vast wel waar. Mij doet hij denken 
aan die antieke opvatting dat de aarde plat is en rust op een aantal zuilen. 
Waar die zuilen dan zelf weer op rusten - een beetje logisch nadenken stelt 
die vraag - weet het verhaal dan niet. 
Dat getal vier maakt ook een lekker stevige indruk. Een goede stoel heeft 
vier poten. Pythagoras bedacht dat vier de oorsprong is van alles, een 
mathematische symmetrie als ordenend scheppingsprincipe, met als 
gevolg vier elementen, vier windstreken. En waarom dan ook niet vier 
pilaren onder onze beschaving. 
De Grieken zouden ons dus de pijlers 'monogamie en eigendom' geleverd 
hebben. Alsof er vóór hen geen beschavingen bestonden waar het 
tweepersoons huwelijk de norm was, en alsof het Griekse pedofiele 
geflikflooi monogaam was! Dat de Grieken de uitvinders van het eigendom 
zijn is helemaal lariekoek. We danken het ontstaan van het schrift, ruim 
drieduizend jaar vóór welke Griek of Jood ook maar een letter kon 
schrijven, louter aan de behoefte die in de verstedelijkte gebieden van het 
Nabije Oosten ontstond aan het administreren van eigendom. 
Dan zouden de Joden het monotheïsme hebben bedacht. Ja, nadat ze 
door Echnaton van Egypte beïnvloed waren, en ondergedompeld in de 
henotheïstisch wordende culturen van het land dat ze bezetten, probeerden 
profeten het veelgodendom uit het volk Israël te slaan, wat pas zo 
ongeveer ging lukken na koning Jehu. Ten slotte de idee van ‘de heiligheid 
van het leven’, die de Joden deze barbaarse wereld geschonken zouden 
hebben. Je krijgt vieze vingers van het bloed dat uit de Bijbel stroomt als je 
er even in bladert, ook uit het gedeelte na die slagzin van 'Gij zult niet 
doden'. Daar worden bij voorbeeld tweeënveertig kleine jongens vermoord 
alleen omdat ze een oude saggerijn kaalkop noemen. Laat Heinsohn de 
wetten van Hamurabi eens lezen, of de huwelijksmoraal van de Vikingen 
bestuderen, zijn oriëntatie is eng eenzijdig. Want hoe komt hij aan zijn 
briljante inzichten? 'Zijn aandacht voor het unieke van de Joodse ethiek' 
ontstond toen hij in zijn jonge jaren in een Israëlische kibboets verbleef. 
Stuur zo iemand naar een Chinees klooster of een Indiase goeroe en hij 
komt je later vertellen dat het geweten een Chinese dan wel Indiase 
uitvinding is. Wetenschap van likmevestje.
Jammer dat mijn ruimte hier zo kort is, anders schopte ik alle pijlers onder 
Heinsohns betoog weg. Hopelijk is dit wel voldoende om zijn gebabbel 
voortaan wat minder kritiekloos te vreten.