Column Trouw 7 december 2000
Brinkhorst bijt door! Waar Apotheker en zijn andere voorgangers met de
staart tussen de benen afdropen, laat deze minister zijn tanden zien naar
de eigenaren van troeteldiertjes als de Mastino Napoletano, Staffordshire
Terrier, Dogo Argentino en Fila Brasileiro. (Fijn dat hij daar tijd voor vindt,
tussen de miljoenen stuks vee die hij af laat maken.)
Jaarlijks melden zich ca. 12.000 mensen na een hondenbeet bij eerste
hulpdiensten, en worden er 240 voor in het ziekenhuis opgenomen. Vers in
het geheugen ligt ook de man die door z’n eigen rottweilers vermoord en
aangevreten werd, en het vijfjarige meisje in Amsterdam-noord dat een
ontmoeting met Braziliaanse buurhonden niet overleefde. Bij die cijfers
kunnen nog de honderdduizenden keren gevoegd worden dat mensen
angstaanjagend afgeblaft worden, terwijl baasje schamper roept: "hij doet
niks". De grote hond moet uit het straatbeeld, dat vind ik ook.
Wel is die opmerking van Brinkhorst: "de overheid moet de veiligheid van
de burger op straat kunnen garanderen", van een grote flauwe kul: weg met
de viervoeters (jaarlijks 1 dode) dus, maar ruim baan voor de vierwielers
met jaarlijks duizend doden op hun conto. Om te zwijgen van het
onvermogen van deze overheid om de burger te beschermen tegen de
niet-uitzetbare criminelen en ander tuig dat ondanks korte
gevangenisstrafjes doorgaat met terroriseren, roven en soms moorden. De
hond is kennelijk gemakkelijker te verwijderen.
Verenigingen van hondenliefhebbers klagen dat de cijfers niet kloppen, en
pleiten voor andere maatregelen, zoals: 'een veel betere voorlichting bij
aanschaf en opvoeding van een hond, strengere eisen aan de fokkerij waar
het inprenting en socialisatie van pups betreft en het bevorderen van
hondentrainingscursussen'. Geheel in de geest van de Dierenbescherming
die zelfs beweert dat er geen agressieve honden bestaan, en dat
bijtincidenten het gevolg zijn van een verkeerde opvoeding.
Ook al zulke slappe en zelfs gevaarlijke flauwe kul, en typisch Nederlands:
denken dat je met gebabbel en vriendelijke suggesties geweld op kunt
lossen. Want om geweld gaat het met deze beesten. Een internationale
fokker adverteert met de leus: "The Fila Brasileiro has a natural
aggressiveness towards strangers." Het is pure misleiding om te beweren
dat de door de minister genoemde typen en hun lekkertjes van
soortgenoten met cursusjes tot tamme huisdieren bewerkt kunnen worden.
Het zijn geboren, gefokte en getogen vechthonden. En juist daarom
populair bij hun lekkere baasjes.
De dogo Argentino - ‘El diablo blanco’ - en zijn Braziliaanse neef zijn
afstammelingen van de legerhonden die Nederlandse veroveraars begin
zeventiende eeuw importeerden om zich in Pernambuco in te vechten, en
van de bloedhond, die zijn naam dankt aan zijn vermogen bloed te ruiken,
gefokt door grootgrondbezitters om stropers te grijpen, plus de zogeheten
Bullenbeisser, de oorspronkelijke bulldog - stierenhond - die populair was in
het middeleeuwse bull-baiting - stieren sarren - ‘gevechten’ tussen hond en
stier. Een rudiment van de Germaanse bizonjacht.
De Napolitaanse mastino, die hond met zoveel vellen aan zijn kop dat hij
eigenlijk naar een plastisch chirurg moet, wordt door zijn fokkers geprezen
om zijn goedgeconserveerde oervorm, zoals hij al te zien is op Sumerische
afbeeldingen. Inderdaad tonen Mesopotamische reliëfs uit het tweede
millennium voor v.C. al dergelijke monsters, in gevecht met leeuwen, of kort
aan de riem gehouden: doggen met vierkante kop, vreselijke bek- en
halskwabben en zware botten. Koningen bezaten het exclusieve jachtgenot
op leeuwen, dus waren dit koninklijke honden. Als oorlogsbuit of royale
cadeautjes zijn deze moordenaars naar het westen gekomen. De
Romeinen gebruikten ze als oorlogswapen en natuurlijk voor
circusvermaak, gevechten tussen honden en wilde dieren. En nu mort ons
volkje dat deze honden verboden worden. Dat zal de betekenis van
democratie wel zijn: ons koningshuis grossiert in schoothondjes, terwijl het
grauw de straten onveilig maakt met voorheen koninklijke moordhonden.