|
Column in IkonLive, zondagmiddag 13-10-2002 "Dichters zijn goed voor de dood Niemand leest hun verzen Totdat iemand het ergens begeeft" Dichtregels van H.C. ten Berge. Ineens is prins Claus onderwerp van gedichten, omdat hij dood is. Sinterklaasrijmpjes, van goedbedoelers. En producten van broodschrijvers. Hun televisiebeelden, buiten in de wind, zeggen meer dan de vele gedragen woorden die ze nodig hebben: hier beweren belangrijke personen, belangrijke dingen. Verwijtend, zuur, politiek, of gewoon flauwe kul. En dat terwijl het lijkdicht een mooie traditie kent. In vroeger tijd regende het troostrijke rouwgedichten. Met een strakke retorische opbouw, kunstige afgeronde portretten. Waarom nu alleen maar van die egomane dooddoeners? Het gaat immers om iets zeer universeels de dood van een lief en wijs mens, het gemis dat dit geeft, het besef van ons aller eindigheid dat daardoor weer even opspeelt. Geef mij maar gewoon het Egidiuslied, 600-jaar oud waarvan de woorden nog rechtop zullen staan, als alle huidige ijdelheden lang verwaaid zijn. Kan zo voor prins Claus dienen: Du koos de doot, du liets mi tleven. Dat was gezelschap goed ende fijn... Nu bestu in den troon verheven Klaarder dan de zonneschijn Alle vreugd is die gegeven Nu bid voor mij: ik moet noch sneven. Dat laatste kan zo voor ons allemaal dienen. |